|
Is Bodemfolie wel nodig als het zand nu droog is?
Het zand onder veel woningen voelt nu nog droog aan. Veel mensen vragen zich daarom af of de Bodemfolie dan wel nodig is. Dit is niet met zekerheid te zeggen.
De niet geïsoleerde begane grondvloer verliest het grootste deel van zijn warmte door uitstraling naar de bodem. Deze warmte wordt o.a. gebruikt om vocht te verdampen. Dit is een continu proces dat sterk minder wordt als we de vloer gaan isoleren. Dan immers stopt de warmtetoevoer naar de kruipruimtebodem. Door het verminderen van de verdamping zal het vochtfront gaan stijgen. Soms is de laag droog zand zo dik dat het vochtfront nooit bij het oppervlak zal komen. In dat geval zou de Bodemfolie niet nodig zijn geweest. Vaak echter zal het vochtfront na enkele jaren toch het oppervlak bereiken. In die gevallen zou Bodemfolie wel wenselijk zijn geweest. Overigens moet men het vochtfront niet verwarren met de grondwaterstand. Het wel of niet isoleren van de vloer heeft geen invloed op de grondwaterstand.
Het is echter pas achteraf vast te stellen hoe dicht het vochtfront het oppervlak zal benaderen. Mensen die niet meer naar de kruipruimte willen omkijken, doen er daarom verstandig aan direct de Bodemfolie toe te passen. De kosten zijn niet zo hoog en men heeft direct een schone gladde werkvloer.
Mensen die zelf de vloerisolatie aanbrengen kunnen de Bodemfolie ook later nog aanbrengen als blijkt dat in hun geval het vochtfront wel zo hoog is gestegen. Zij zullen de kruipruimte af en toe eens moeten inspecteren. Het criterium daarbij is dat het hout en de Thermoskussens overal droog moeten blijven. Zodra condensvorming verschijnt op de Thermoskussens (het eerst in de winter in de buurt van ventilatieopeningen) moet alsnog de Bodemfolie worden aangebracht.
Warmtestraling.
Ieder oppervlak straalt warmte uit, ook op kamertemperatuur. Pas als het absolute nulpunt is bereikt, staat alles stil en wordt er geen energie meer uitgestraald. Als twee oppervlakken dezelfde temperatuur hebben, wisselen ze weliswaar zeer veel energie uit door middel van straling maar per saldo verandert er niets omdat de hoeveelheid energie die wordt uitgestraald even groot is als de hoeveelheid energie die wordt ontvangen.
Pas wanneer 2 oppervlakken een verschillende temperatuur hebben, ontstaat er een netto energie transport. 1 graad temperatuurverschil genereert bij gewone oppervlakken al een warmtestroom van 5 Watt per m². Dit komt bij een vloer van 36 m² neer op 180 Watt wanneer het verschil tussen onderkant vloer en bodem kruipruimte 1 graad zou bedragen. Deze energie correspondeert met drie 60 watt lampjes, die constant staan de branden. Deze grote hoeveelheid energie verklaart waarom een niet geïsoleerde vloer nauwelijks warm kan worden en de warmte die het uit de kamer krijgt direct weer doorstraalt naar de bodem van de kruipruimte.
|